HOLMKULLEN
Een heerlijk vakantiehuis in Värmland, Zweden
Welkom
Over huis en locatie
Zakelijke informatie
Foto's
Historie
Te doen in de omgeving
Leuke links
Tips
Gastenboek
eShop
Historie

Het huis Holmkullen
Holmkullen is oorspronkelijk de naam van het oude huisje op ons terrein. Deze 'gammal stuga' is ongeveer 150 jaar oud en het enige overgebleven gebouw van de 'torp' (kleine gepachte boerderij) waarvan de restanten te vinden zijn achter de schuur 50 meter het bos in, aan je linkerhand.

Vele jaren later is er een nieuw huis neergezet, het huidige Holmkullen.
De stuga is door de jaren heen redelijk vervallen maar het opknappen ervan wordt ons volgende project. [foto]
'Holm' betekent 
eilandje of heuvel, 'kullen' staat voor de heuvel of het nest. Wij maken daar graag nestheuvel van, want dat geeft voor ons precies de geborgenheid aan die we altijd ervaren als we het pad naar Holmkullen oprijden: Weer thuis op het vertrouwde nest.

'Gammal ko-stig' (Het oude koepad)
Het hele terrein is omzoomd door oude steenmuren. Aan de noordzijde is dit zelfs een dubbele steenmuur met daartussen ongeveer twee meter ruimte. Deze doorgang werd vroeger gebruikt om de koeien vanuit het dal de hogergelegen weilanden en bossen in te drijven om daar te grazen. Dit koepad is in de loop der jaren volgegroeid met berken maar hier hebben we in het voorjaar 2010 korte metten mee gemaakt, waarmee het koepad weer in oude luister is hersteld.

De veenafgravingen
Wanneer je langs de schuur het bos ongeveer 500 meter via het smalle paadje verder inloopt kom je bij een schuurtje. Hier sla je linksaf en even later loop je over een soort dijkje met aan weerszijden lager gelegen open plekken.
Hier is vroeger veen afgegraven wat turf opleverde voor eigen gebruik en als brandstof gebruikt werd. Ook staan er nog restanten van de rekken waarop de turf gedroogd werd. 

 
Zo’n 13.000 jaar geleden begon de vorming van het veen. Veen ontstaat in een drassige omgeving waar de resten van planten niet totaal verteren. De planten verteren niet omdat er onder water geen lucht bij komt. Laag op laag groeit zo een veengebied. Na een tijd zijn de lagen zo zwaar dat er onderin een vaste ‘koek’ ontstaat. Dat noem je turf. Als je deze koek in stukjes snijdt of steekt krijg je turfblokken die je na drogen kunt branden.
Turfsteken ging vroeger als volgt in zijn werk ging: Eerst werden er greppels en sloten gegraven om het veen te ontwateren. Men groef eerst een splitting. Dit was een greppel van 30 cm breed. Nu kon men gemakkelijker links en rechts de bovenlaag van het hoogveen wegsteken. Onder die laag zat namelijk pas het veen. Eén van de turfgravers sneed met een wadder of stikker het veen op maat. Wat lager stond een tweede turfgraver die met een opschot of oplegger de turven losstak en op een kruiwagen - de slagkar - deponeerde. Vervolgens werd die kruiwagen beladen met 12 tot 20 turven (gezamenlijk gewicht zo'n 70 kg) en naar het zetveld gereden. Het graafseizoen duurde ongeveer 6 weken. Turf steken gebeurde van de eerste vorstvrije dag tot aan de langste dag. De maanden juli tot en met oktober werden gebruikt om de turf te drogen.

 


Welkom
Over huis en locatie
Zakelijke informatie
Foto's
Historie
Te doen in de omgeving
Leuke links
Tips
Gastenboek
eShop